Of we echt vrolijk dansen weet ik niet. Ik zie veel samengeknepen billen bij hulpverleners in het werk dat ik doe. Vrolijkheid betekent ontspanning.
Ervaringsdeskundigheid is gewoon de optelsom van mijn eigen en andermans ervaringen. Daaruit heb ik op de praktijkgerichte theorie uit gehaald. Met mijn ervaringsdeskundigheid en die van Peter hebben we eigen kennis en inzichten gekregen. Niet alleen over hoe verslaving verloopt, maar ook wat die voor ons en anderen betekent. Misschien wel het belangrijkste, welke plek verslaving in je leven kan innemen. Nog afgezien van de vele, vaak zeer teleurstellende ervaringen  in het ontvangen van verslavingszorg. Dit vermogen zetten we in om vanuit cliëntperspectief de zorg op een ander niveau te krijgen. En of dat nou gesystematiseerd is maakt ons niet uit.


Nu de polemiek rond ervaringsdeskundigheid  al twee weken loopt ga aantonen waarom ervaringsdeskundigheid en professionele deskundigheid niet zonder elkaar kunnen. Niks geen goeroe gelul, gewoon de ex- gebruiker aan het werk. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat veel agogen nooit hebben geleerd dat er buiten hun burgermansbestaan nog andere waarden en normen heersen. Als je je dan wilt inleven in de ander moet je daar perse veel boekenkennis voor in huis hebben? Onze ervaring is, dat als je iets voor een ander wilt betekenen daar bijzondere kennis voor nodig is en die vindt je niet in dode letters. Dat is alleen maar gestolde informatie in inkt omgezet.  It takes two to tango. Ons vermoeden is dat er veel hulpverleners niet kunnen dansen en dat er daarom veel zorgwekkende zorgmijders zijn.

Als “ervaringsdeskundige” werk ik nu al weer twee jaar als beleidsmedewerker cliëntgestuurde projecten voor de VNN. Als projectleider van het project Help, mijn buurman (ver)zuipt heb ik veel met collega’s te maken. Of het nou agogen, hulpverleners of andere medewerkers zijn.
Samen met mijn ervaringsdeskundige collega Peter Barendsen worden wij als ‘ervaringsdeskundigen’ af en toe vereerd, maar ook wel eens onheus bejegend door collega’s. Jammer genoeg voor deze collega’s hebben wij zowel theoretisch als een praktische opleiding gehad aan de universiteit van het leven. Dus waar praten we over.. Dat wij met andere ogen naar de hulpverlening kijken is voor ons niet meer dan logisch. Wij onderbouwen onze theoretische kennis met empathisch vermogen voor cliënten, dit is wat veel collega’s missen. We doorzien gauw patronen, kunnen er mee spelen en soms een dans mee inzetten samen met onze cliënten.
Als cliënten te moeilijk zijn schuiven ze het liefst de boel af naar een ander, terwijl wij juist een tandje bij zetten om patronen te doorbreken. Onze achtergrond helpt ons hierbij. Je doet dit werk niet zomaar. Je hebt niet alleen affiniteit nodig, maar ook bezieling om je te willen inzetten voor onze doelgroepen. We kunnen als bondgenoot optreden zonder vooroordelen. Wij willen geen sancties inzetten, maar spreken wel de taal.
Nu moeten we niet doen alsof het helemaal niks is met onze professionals in de verslavingszorg en andere GGZ gerelateerde instellingen. Ze moeten alleen leren dat ervaringkennis een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van zorgfaciliteiten.

Je hebt nu eenmaal theoretische wetenschap en praktische wetenschap. Zo heb je ook ervaringswetenschap en ervaringsdeskundigheid Toch is alle wetenschap even belangrijk en kunnen ze elkaar van dienst zijn.
De ene ‘ervaringsdeskundige’ is de ander niet, maar een ieder die een steentje bij wil dragen aan kwalitatief betere zorg kan dat op zijn eigen manier inbrengen toch? Tuurlijk moeten ervaringsdeskundigen er voor oppassen om geen verlengstuk van hun eigen verleden te worden . Maar moeten professionals ook niet leren bewegen als een danser die soepel in de heupen opereert met de cliënten. Nee, ze bouwen liever een muur om zich heen en dan krijg je een soort verkeerde bejegening uit angst dat iets te dicht bij komt. Op die manier zul je nooit leren dansen.

 

De wereld van de verslavingszorg is voordurend aan verandering onderhevig. Beide partijen moeten daar op anticiperen. Toch bestaat er bij ervaringsdeskundigen kennis waar de professionals gebruik van moeten maken.
Kijk naar zaken als nazorg/ maatschappelijk herstel, daar hadden professionals jaren geleden al van kunnen leren als ze zich wat meer verdiept hadden achter de mens en minder in zijn verslaving.
Een mooie uitspraak die Gert de Haan wel eens gebruikt is, de verslavingszorg is glad ijs, maar een paradijs voor de man die dansen kan. (overigens van Nietzsche)

 

Ik zeg, laten we de handen ineen slaan om te zorgen dat we voor de toekomst een kwalitatieve betere verslavingszorg kunnen hebben. Glad ijs is voor beide partijen, maar laten we er een feestje van maken in de lappenmand. Om dan nog met enkele  mooie zinnen van Komrij af te sluiten.
De gedachte geeft beweging aan de steen.
Hoelang zijn we al bezig met uitproberen, om tussen hemelvaart en ondergang, nu eens te dansen, dan weer te marcheren?
Het kruipen hebben we godslof verleerd en er is geen denken aan dat die uitkomst keert.