Interview met Rudolf Beijerman, RvB Tactus verslavingszorg

We hebben uit betrouwbare bron vernomen, dat bij Tactus Verslavingszorg het door de Cliëntenraad ingediende ongevraagd advies met betrekking tot maatschappelijk herstel, door de Raad van Bestuur ‘omarmd’ is. Reden genoeg voor de redactie van het 0-nummer om af te reizen naar het oosten van het land. Eindbestemming: Deventer.

We worden te woord gestaan door Rudolf Beijerman, sinds 2006 lid van de Raad van Bestuur van Tactus. Een bevlogen bestuurder gepokt en gemazeld in de verslavingszorg. Hij heeft een achtergrond als hulpverlener. Zo stond hij in de 70-iger jaren aan de wieg van de Therapeutische Gemeenschap (TG) ‘de Schuur’ en later van TG ‘Het Oolgaardthuis’. Sinds 1987 werkte hij in het midden management van het Cad* Zwolle, waar hij in 1999 directeur werd.

 

Perverse driehoek

“Het was aanvankelijk mijn ambitie om het laatste zelfstandige Cad in Nederland overeind te houden. Maar toen werden wij overvallen door de Tsunami in het zorgstelsel: concurrentie, Zorgverzekeringswet, wijziging AWBZ en invoering WMO... We werden om te overleven gedwongen om een fusiepartner te zoeken. Dat werd Tactus. Werd deze fusie puur ingegeven door het feit, dat je als grote marktspeler een sterkere onderhandelingspositie hebt ten aanzien van het Zorgkantoor? Beijerman ontkent dit met klem. Ik zie de externe ontwikkelingen zoals stelselwijziging als een positieve prikkel om de kwaliteit van zorg te verbeteren. We worden immers gedwongen om middels registratie (dbc’s prestatie-indicatoren, etc. etc.) inzichtelijk te maken wat wij doen en vooral of dit werkt. Hiervoor is wel ‘kwaliteit en verscheidenheid van staf’, dus meer gevaar op bureaucratie. Schaalgrootte is een voorwaarde geworden om te overleven als zorginstelling.”

Toch heeft Beijerman (“dit is geen officieel Tactus standpunt, maar mijn persoonlijke overtuiging”) ook wel zijn bedenkingen bij de stelselwijziging in de zorg. Gedecideerd ontvouwt hij zijn kritiek op de zogenaamde driehoek in het nieuwe stelsel (zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgconsumenten moeten door onderling overleg komen tot optimale kwaliteit van zorg, red. ). Hij doceert: “Ik vind dat er sprake is van de perverse driehoek. Het probleem van kostenbeheersing in de zorg speelt tussen consument en de verzekeraar. De onderhandelingen vinden nu echter plaats tussen de instelling en de verzekeraar. In mijn beeld zouden die eigenlijk plaats moeten vinden tussen zorgaanbieder en zorgvrager. Cliënten kunnen namelijk het beste zelf bepalen of een zorgaanbieder kwaliteit levert of niet. Ik ben daarom ook een warm voorstander van het PGB als financieringsinstrument. Het zou het leidende principe moeten zijn dat de zorgvraag het zorgaanbod bepaalt.”

 

Maatschappelijk herstel vanuit cliëntperspectief

Beijerman streeft ernaar om vanuit een optimistische visie te onderzoeken hoe in de praktijk verbeterslagen kunnen worden gemaakt in de zorg. “Kwaliteitsverbetering  moet geen papier opleveren, maar moet werken voor interne verbetering. Daar zorgen we nu al voor, maar de volgende slag die we moeten maken is het verder betrekken van het cliëntperspectief in dit proces.”

Bij Tactus heeft men gekozen om, naar aanleiding van het ongevraagd advies, maatschappelijk herstel niet beperkt te definiëren. In samenwerking met de Cliëntenraad wordt de hele organisatie doorgelicht.

“Ik ben samen met Gerrit Zwart en Hermen Schutte bezig met een traject, waarbij we in iedere fase van het primaire proces verkennen wat er kan verbeteren vanuit cliëntperspectief. We zijn begonnen met de aanmelding en via de intake en de behandeling zijn we nu bij de nazorg aanbeland. Ik spreek trouwens zelf liever over vervolgzorg, omdat de term nazorg geen rekening houdt met chronisch verslaafden. Deze groep heeft een dermate ernstige problematiek, dat permanente zorg noodzakelijk is. Bovendien suggereert deze term dat er een breuk in het zorgaanbod zou zijn: eerst de behandeling en dan pas de maatschappelijke oriëntatie. Dat is een te verknipt beeld.”

Het streven van Tactus is, om maatschappelijk herstel uiteindelijk integraal onderdeel te maken van het gehele primaire proces. Al bij het formuleren van het behandelplan moeten daarom in de toekomst de verschillende levensgebieden worden geïnventariseerd. Zodat tijdens de behandeling zonodig al kan worden begonnen aan nazorg/vervolgzorg. “Van begin af aan moet er een parallel lopende focus zijn op hetgeen zich afspeelt naast of na de behandeling. Zo kan maatschappelijk herstel een geïntegreerd onderdeel worden van het behandelaanbod. Maar we zijn er nog niet, want er moet nog veel gedaan worden om dit doel te bereiken.”

Beijerman verzet zich tegen het idee dat alle verslaafden na hun behandeling in definitief herstel blijven, hetgeen in AA kringen wel wordt aangeduid met het begrip recovery. ”Ik denk dat sommigen er op een gegeven moment echt klaar mee zijn. Ze hebben geleerd om te gaan met hun eigenaardigheden, met hun eigenwijsheid en met hun eigen beperkingen. Het imago dat aan de herstelgedachte kleeft, als zou het nooit voorbij zijn, doet onrecht aan het feit, dat het wel degelijk mogelijk is om een vorm te vinden om te dealen met je gebruikersverleden.”

Na de verkennende fase zullen de Raad van Bestuur en de Cliëntenraad, geïnspireerd door het ongevraagd advies, komen met voorstellen om maatschappelijk herstel vanuit cliëntperspectief in alle geledingen van de organisatie op de kaart te zetten. Hoe kunnen lacunes in de zorg worden opgevuld? Hoe kan het behandelaanbod worden aangevuld? Enthousiast geeft Beijerman een voorbeeld. “Zou het niet mogelijk kunnen zijn om 7x 24 uurs bereikbaarheid voor cliënten in crisis te organiseren vanuit de instelling, ondersteund door professionals in samenwerking met een cliëntgestuurd project? We zoeken naar dergelijke concrete voorstellen, die het cliëntperspectief en het instellingsperspectief combineren. Zo wordt de zorg verbeterd en tegelijk de kans op maatschappelijk herstel vergroot.”

 

Politiek beleid?

Er is veel extra geld nodig om de beleidsvoornemens, die Minister Klink in zijn Proloog lanceert, te realiseren In het ongevraagd advies worden de Raden van Bestuur in de verslavingszorg aangespoord, om gezamenlijk actie te ondernemen richting VWS. Beijerman lijkt weinig fiducie te hebben in dit politieke spel. Hij formuleert enigszins terughoudend: “Voor zover ik weet is dit punt nog niet geagendeerd. We kunnen allicht onderzoeken wat er, gezien de onderlinge verhoudingen binnen het netwerk van de Raden van Bestuur in de verslavingszorg, mogelijk is.” Vervolgens klaart hij op: “Ik denk dat de kracht van dit advies er vooral in zit dat de afzonderlijke instellingen intern de inhoud ter harte nemen, en er concreet gevolg aan geven. Liever dan naar Den Haag te gaan, wil ik het Zorgkantoor verleiden om het benodigde geld te financieren, door samen met onze Cliëntenraad nieuwe producten te ontwikkelen. Innovatie en vernieuwing van zorgaanbod kunnen leiden tot verkorting van de behandelduur en het terugdringen van recidive. Hetgeen ook aantrekkelijk is voor het Zorgkantoor.”

Wat vindt hij in dit verband van het in het advies genoemde streven om de recidive in twee jaar met 50% te reduceren? Beijerman: “Laten we nou eerst eens beginnen om, en ik denk dat dit al een hele prestatie zou zijn, in die twee jaar concreet betrouwbaar cijfermateriaal boven tafel te krijgen. Een interessant bijkomend effect van het meten van recidive is namelijk dat je daarmee alleen al recidive terugdringt. En ik houd ervan om mijn doelen hoog te stellen, dus wat dat betreft…”

 

* Cad: Consultatiebureau alcohol en drugs