Kikker

“Eén van de voordelen die een regelmatige gebruiker geniet, is dat hij zijn probleem kan onderkennen en gepaste maatregelen kan nemen om het op te lossen. Veel van onze medeschepselen, waaronder de kikker, kunnen dat niet.

Op onze breedtegraad is het gebruikelijk - door voedselschaarste en lage temperaturen - dat er in de winter geslapen wordt. Men schranst zich in de warme periode vol en slaat deze overmaat aan voer op in vetvorm, die in de koudere tijd weer gebruikt wordt. Enzymen zetten het vet om in suikers, die langzaam verbranden om de lichaamsfuncties op gang te houden. Voor dat proces is zuurstof (O2) nodig. Omdat ons kikkertje in de winter in de modder zit, is er te weinig O2 voorhanden om de suikers volledig in energie om te zetten. En hier grijpen de alom tegenwoordige gisten, die juist goed gedijen in een zuurstofarm milieu, hun kans. Zij zetten de resterende suikers om in alcohol en koolzuurgas (CO2), dat bij deze lage temperaturen opgelost in het lichaamsvocht blijft zitten.

In het voorjaar, als de modder wat warmer wordt, neemt die CO2 - net als een te warme champagnefles die ontkurkt wordt - vrij plotseling de gasvorm aan. In onze van CO2 en alcohol verzadigde kikker ontstaat een gasbel, waardoor hij - in kennelijke staat - als een dobbertje naar de oppervlakte schiet.

Als je in het vroege voorjaar langs een sloot wandelt zie je vaak de pas ontwaakte kikkers die proberen hun kater te overleven en de lotgenoten die in hun delirium gebleven zijn. Dus leer hiervan, geachte gebruiker, dat uw probleem te bestrijden is. Maar dat uw lotgenoot de kikker, om te overleven gedoemd is het jaar met een kater te beginnen.”

Kikker